ECLI:NL:RBOVE:2024:2020
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening Wajong-besluit wegens ontbreken nieuwe medische feiten
Eiser verzocht de rechtbank om terug te komen op het besluit van 13 februari 2012, waarin zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering werd afgewezen omdat hij naar oordeel van het UWV in staat was meer dan 75% van het minimumloon te verdienen. Eiser stelde dat er nieuwe medische feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven het besluit te herzien.
De rechtbank oordeelt dat het UWV het verzoek heeft beoordeeld conform artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij wordt getoetst of er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn ontstaan of niet eerder konden worden aangevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd dat de aangevoerde medische informatie geen nieuwe feiten bevat die aanleiding geven het besluit te herzien.
Eiser had onder meer medische rapporten overgelegd waaruit zou blijken dat hij functionele wegrakingen (PNEA) heeft, maar deze diagnose betreft een periode na de verzekeringsperiode en was niet bekend ten tijde van het eerdere besluit. Ook het feit dat eiser pas recent over zijn jeugdproblemen kan spreken, wordt niet als nieuw feit beschouwd omdat deze problemen al bekend waren.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot herziening af. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.I. van Meel en griffier J.T. Boddeüs.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe medische feiten.