ECLI:NL:CRVB:2025:15
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV telkens concludeerde dat appellant meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen en daarom geen recht heeft op de uitkering. Na een laatste aanvraag in 2023 weigerde het UWV terug te komen op eerdere besluiten, omdat er geen nieuwe medische feiten of omstandigheden waren die een herziening rechtvaardigen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel nieuwe feiten zijn, zoals de diagnose functionele wegrakingen/PNEA en meerdere persoonlijkheidsstoornissen, die het UWV niet heeft meegewogen. De rechtbank oordeelde echter dat deze feiten niet nieuw zijn in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, omdat ze al bekend waren of niet relevant zijn voor de beoordelingsperiode.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het besluit niet wordt herzien. Ook het psychologisch verslag van 2011 is reeds betrokken in de eerdere beoordeling. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de weigering van het UWV blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten.