ECLI:NL:RBOVE:2024:2480
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing uitsluitend gebruik huurwoning na beëindiging relatie tussen medehuurders onder bewind
Onderbewindgestelde 1 en onderbewindgestelde 2, beiden medehuurders van een woning, hebben na het beëindigen van hun relatie een geschil over het voortzetten van de huur en de terugbetaling van huurkosten. Onderbewindgestelde 1 woont sinds juni 2023 bij haar vader en heeft haar deel van de huur doorbetaald. Zij vordert het uitsluitend gebruik van de woning en terugbetaling van haar betaalde huur door onderbewindgestelde 2.
De kantonrechter weegt de belangen van beide partijen, waarbij onderbewindgestelde 1 zwaarder weegt vanwege haar langdurige binding met de woonplaats, familie en werk. De reden van vertrek van onderbewindgestelde 1 blijft onbeslist, en beide partijen zijn financieel in staat de huur te betalen. Alternatieve woonruimte is er voor beiden niet, maar onderbewindgestelde 2 kan terugvallen op begeleiding en opvang.
De kantonrechter bepaalt dat onderbewindgestelde 1 het gebruiksrecht van de woning krijgt en onderbewindgestelde 2 de woning uiterlijk 31 juli 2024 moet verlaten. De vordering tot terugbetaling van huur wordt afgewezen omdat er geen sprake is van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Onderbewindgestelde 1 krijgt het uitsluitend gebruik van de woning; onderbewindgestelde 2 moet uiterlijk 31 juli 2024 de woning verlaten; terugbetaling huur wordt afgewezen.