ECLI:NL:RBOVE:2024:2525
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet eerdere aanpassing AOW-pensioen na wetswijziging schuldige nalatigheid
Eiser voerde bezwaar aan tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om zijn AOW-pensioen pas per 1 januari 2024 te verhogen, nadat een wetswijziging artikel 13 van Pro de AOW heeft aangepast waardoor de korting wegens schuldige nalatigheid vervalt. Eiser stelde dat deze termijn onredelijk was en dat hij werd gediscrimineerd, met een beroep op het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen om de wijziging pas met ingang van 1 januari 2024 in te laten gaan, mede vanwege uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid door de Svb en Belastingdienst. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een eerdere toepassing rechtvaardigen en de bestuursrechter kan hier niet over oordelen.
Voorts bleef het karakter van de AOW-opbouw ongewijzigd en blijft de Belastingdienst openstaande premievorderingen incasseren, waardoor het niet betalen van premie consequenties houdt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eiser geen vergelijkbare gevallen kon aantonen die eerder werden aangepast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiser geen vergoeding van griffierecht of proceskosten ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om het AOW-pensioen pas per 1 januari 2024 aan te passen wordt ongegrond verklaard.