Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
Rechtbank Overijssel
Eiser en gedaagde sloten een overeenkomst voor levering van gas, water en elektriciteit aan een woning in Duitsland. Na beëindiging van de overeenkomst in 2021 stuurde eiser een eindafrekening die gedaagde niet betaalde. Gedaagde betwistte de hoogte van de rekening vanwege vorstschade en het niet gebruiken van de woning.
De kantonrechter oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is vanwege woonplaats gedaagde en dat Duits recht van toepassing is omdat eiser in Duitsland is gevestigd. Gedaagde heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij de afrekening moet betalen en heeft nagelaten bewijs te leveren van zijn stellingen over schade en contact met eiser.
De kantonrechter wijst de hoofdsom grotendeels toe, met uitzondering van onduidelijke bankkosten, en veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente vanaf 10 februari 2022 en buitengerechtelijke incassokosten volgens Nederlands recht. Tevens worden proceskosten aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en incassokosten aan eiser.