Eisers, bestuurders van meerdere vennootschappen, vorderden in kort geding dat de Belastingdienst het lopende boekenonderzoek binnen 14 dagen afrondt, openheid geeft over de oorzaak en duur, disproportionele controles staakt, en reeds toegekende beschikkingen uitbetaalt. Zij stelden dat de Belastingdienst onrechtmatig handelt door langdurige onderzoeken en etnisch profileren.
De Belastingdienst betwistte onrechtmatigheid en stelde dat de vordering tot uitbetaling tegen de ontvanger had moeten worden ingesteld, niet tegen de Staat. De voorzieningenrechter oordeelde dat eisers niet-ontvankelijk zijn voor de uitbetalingsvordering en dat onvoldoende is gebleken van onrechtmatig handelen bij de uitvoering en duur van het boekenonderzoek.
De rechtbank overwoog dat de Belastingdienst voldoende openheid heeft gegeven over het onderzoek, dat de duur verklaarbaar is door de complexiteit en betrokkenheid van Duitse autoriteiten, en dat de onderzoeksbevoegdheden ruim zijn. De overige vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of onbepaaldheid. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.