Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
medeplegen van een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren;
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
medeplegen van valsheid in geschrift;
gewoontewitwassen.
3.4 De vaststelling van de betalingsverplichting
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 114.093,--;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 114.093,-- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1.080 dagen;
- wijst het overige deel van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk voordeel, te weten een bedrag van 49.720,-- (kredieten op naam van [naam 4] en [naam 5] ), af.