ECLI:NL:RBOVE:2024:3803
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering persoonsgebonden budget op grond van Wet langdurige zorg bevestigd
Eiseres, een ernstig gehandicapte minderjarige met een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), verzocht om een persoonsgebonden budget (pgb). Het zorgkantoor had het pgb eerder beëindigd wegens het niet naleven van administratieve verplichtingen en twijfels over de kwaliteit van de geleverde zorg.
Na een nieuwe aanvraag in 2023 weigerde het zorgkantoor opnieuw het pgb toe te kennen, verwijzend naar artikel 3.3.3, vijfde lid, Wlz, dat weigering voorschrijft indien eerdere verplichtingen niet zijn nagekomen. De rechtbank oordeelde dat de weigering terecht was omdat de administratie nog steeds onvoldoende was en de familie onvoldoende medewerking bood aan passende zorg in natura.
De rechtbank overwoog dat het evenredigheidsbeginsel hier niet tot een andere uitkomst leidt, omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die de wetgever niet heeft voorzien. Ook stond niet vast dat passende zorg in natura feitelijk onmogelijk was, mede omdat de familie niet adequaat contact had gezocht met zorgaanbieders.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van het persoonsgebonden budget.