ECLI:NL:RBOVE:2024:383
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid handhavingsverzoek wegens onjuiste belangenafweging
Eiser verzocht het college om handhavend op te treden tegen de afsluiting van het Twentepad. Het college wees dit verzoek af en verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk, omdat eiser niet als belanghebbende werd aangemerkt en de e-mail van het college geen besluit zou zijn. De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte eiser niet als belanghebbende heeft aangemerkt, omdat eiser rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van het hekwerk en paaltjes met schrikdraad nabij zijn woning.
Desondanks verklaart de rechtbank het bezwaar tegen het handhavingsbesluit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De e-mail van het college wordt bevestigd als niet zijnde een besluit, waardoor het bezwaar daartegen terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank vernietigt het besluit van 25 augustus 2022 dat het bezwaar tegen het handhavingsverzoek niet-ontvankelijk verklaarde, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste belangenafweging bij het aanmerken van belanghebbenden en de strikte toepassing van termijnen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het handhavingsverzoek is gegrond en het besluit vernietigd, maar de niet-ontvankelijkheid blijft in stand vanwege termijnoverschrijding.