ECLI:NL:RBOVE:2024:4251
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering WIA-uitkering en beperkingen
Eiser, werkzaam als medewerker goederenontvangst, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte. Het UWV weigerde deze uitkering toe te kennen omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn, gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek met een vastgestelde functionele mogelijkhedenlijst (FML).
Eiser betwistte de juistheid van de FML, met name omdat zijn angst- en stressklachten, slaapproblemen, TOS-achtige klachten en zwelling aan de hand onvoldoende zouden zijn meegewogen. De rechtbank oordeelde dat de angst- en stressklachten en de zwelling aan de hand weliswaar enigszins geobjectiveerd zijn, maar dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd welke gevolgen deze aandoeningen hebben voor de beperkingen van eiser. Hierdoor is onduidelijk of eiser met zijn beperkingen de geselecteerde functies kan vervullen.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en vernietigt het besluit. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van beperkingen in de FML.