ECLI:NL:RBOVE:2024:4414
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke terugvordering studietoeslag wegens niet gemelde inkomsten, boete vernietigd
Eiser ontving studietoeslag van augustus 2022 tot april 2023 en verhuisde in mei 2023. Het college trok de studietoeslag over april 2023 in en vorderde €262,87 terug wegens niet gemelde inkomsten uit werk bij Albert Heijn. Tevens werd een bestuurlijke boete opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat eiser inderdaad inkomsten had in april 2023, waardoor hij geen recht had op studietoeslag die maand. Hoewel eiser de inkomsten pas in mei ontving, gaat het om de periode van inkomstenvererving. Het college past een begunstigend beleid toe waarbij inkomsten worden verrekend met studietoeslag, maar omdat de inkomsten hoger waren dan de toeslag, is intrekking terecht.
Eiser schond de inlichtingenplicht niet opzettelijk; de rechtbank vindt dat het college dit had moeten meewegen. Het college heeft echter nagelaten een belangenafweging te maken bij de terugvordering, wat strijdig is met de Algemene wet bestuursrecht. De bestuurlijke boete wordt eveneens vernietigd omdat het college deze ten onrechte oplegde.
De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het terugvordering en boete betreft en draagt het college op binnen zes weken opnieuw te beslissen met een juiste belangenafweging. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de terugvordering en boete worden vernietigd, en het college moet opnieuw beslissen met een juiste belangenafweging.