ECLI:NL:RBOVE:2024:4450
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering voorschotten WIA-uitkering zonder dringende reden
De zaak betreft de terugvordering van voorschotten door het UWV na definitieve vaststelling van de WIA-uitkering van eiser. Het UWV stelde vast dat de voorschotten hoger waren dan het rechtmatige bedrag, resulterend in een terugvordering van €12.499,10 bruto.
Eiser betwist de terugvordering en voert aan dat hij zijn loonsverhoging heeft doorgegeven en dat de terugvordering stressklachten kan verergeren, wat tot extra kosten kan leiden. Tevens beroept hij zich op dringende redenen vanwege financiële problemen en de impact op zijn gezin.
De rechtbank stelt vast dat eiser de loonsverhoging niet heeft aangetoond en zijn beroep op dringende redenen niet heeft onderbouwd met medische informatie, ondanks herhaalde kansen. De betalingsregeling van €300 per maand is haalbaar en de financiële nadelen zijn relatief beperkt.
Daarom oordeelt de rechtbank dat het belang van het UWV bij terugvordering zwaarder weegt dan het belang van eiser en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van €12.499,10 bruto door het UWV.