ECLI:NL:RBOVE:2024:4473
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening leerlingenvervoer met opstapplaats
Verzoeker, voogd van een minderjarige leerling, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen om voor het leerlingenvervoer gebruik te maken van een opstapplaats in plaats van vervoer van en naar de woning. Verzoeker stelde dat het vanwege de medische situatie van zijn vrouw, veiligheidsrisico’s en de zorg voor een jonger kind onmogelijk is om de minderjarige naar de opstapplaats te begeleiden.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat verzoeker onvoldoende concreet heeft aangetoond dat het onmogelijk is om het kind naar de opstapplaats te begeleiden of dat dit tot ernstige benadeling van het gezin leidt. De voorzieningenrechter verwees naar vaste rechtspraak dat de begeleiding in beginsel de verantwoordelijkheid is van de (pleeg)ouders.
Het college heeft toegelicht dat de keuze voor opstapplaatsen is gemaakt vanwege financiële en praktische overwegingen, waaronder het voorkomen van onnodig lange reistijden en het toenemende aantal leerlingen. De voorzieningenrechter acht het beleid niet onredelijk en ziet geen reden het besluit voorlopig te schorsen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en laat de beslissing op bezwaar en eventuele beroepsprocedure onverlet. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit over de opstapplaats voor leerlingenvervoer wordt afgewezen.