Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Overijssel
Eiser, een klusbedrijf, vorderde betaling van €1.511,28 voor werkzaamheden aan plinten in vier recreatiewoningen, verricht voor gedaagde, die als aannemer betrokken was bij een vakantieparkproject. Gedaagde betwistte de overeenkomst en stelde dat de facturen niet betaald behoefden te worden vanwege gebreken in de uitvoering.
De rechtbank oordeelde dat tussen eiser en gedaagde wel degelijk een overeenkomst tot stand was gekomen, gebaseerd op afspraken op locatie, toezicht en communicatie via WhatsApp. Eiser had de gemelde gebreken hersteld en mocht er vanuit gaan dat zijn werk correct was opgeleverd. Gedaagde had geen redelijke gelegenheid gegeven tot herstel voordat hij zelf tot herstel overging.
De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen omdat de betalingstermijn van acht dagen onredelijk kort was en niet was overeengekomen. De wettelijke handelsrente werd toegewezen vanaf het moment dat gedaagde in verzuim was, namelijk 30 dagen na factuurdatum. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het factuurbedrag, de wettelijke rente en de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de facturen en wettelijke rente, incassokosten worden afgewezen.