Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Losser, verweerder.
[bedrijf] B.V., uit [vestigingsplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Eiser stelde beroep in tegen de eerste omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bedrijfshal op een perceel, welke vergunning later door verweerder op verzoek van de aanvrager is ingetrokken. Daarnaast is een tweede omgevingsvergunning verleend voor een hogere bouwhoogte, maar deze tweede vergunning wordt in een aparte procedure behandeld.
De rechtbank beoordeelde of het beroep tegen de eerste vergunning mede betrekking heeft op de tweede vergunning op grond van artikel 6:19 van Pro de Awb. De rechtbank oordeelde dat de wijziging van bouwhoogte van 5,10 naar 5,55 meter niet als een wijziging van ondergeschikte aard kan worden aangemerkt, zodat de tweede vergunning geen besluit in de zin van artikel 6:19 Awb Pro is en niet in de eerste procedure kan worden meegenomen.
Verder heeft de rechtbank overwogen dat de intrekking van de eerste vergunning ertoe leidt dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van die vergunning, ook niet vanwege civielrechtelijke belangen of doorwerking naar andere besluiten. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst vergoeding van proceskosten af.
De procedure is gevoerd onder het overgangsrecht van de Wabo, aangezien de aanvraag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. De rechtbank wijst erop dat het beroep tegen de tweede vergunning afzonderlijk zal worden behandeld.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhaven van de eerste omgevingsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang na intrekking.