ECLI:NL:RBOVE:2024:4851
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief weigering langer verblijf buitenland met behoud uitkering
Eiser, die een bijstandsuitkering ontvangt, verzocht het college om toestemming om langer dan vier weken in het buitenland te verblijven met behoud van uitkering. Het college wees dit verzoek mondeling af en bevestigde dit in een brief van 21 februari 2024. Vervolgens verklaarde het college het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.
Eiser stelde dat de brief wel een besluit is en dat bezwaar daarom ontvankelijk had moeten worden verklaard. De rechtbank oordeelde echter dat de brief geen zelfstandig rechtsgevolg heeft en dat rechtsgevolgen pas kunnen intreden nadat het college een nadere afweging maakt op basis van feitelijk verblijf in het buitenland. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank constateerde dat er geen tweede aanvraag om ontheffing van de arbeidsplicht was ingediend en dat het rapport van april 2024 geen aanvraag vermeldt. Ook is toegelicht dat ontheffing van de arbeidsplicht niet automatisch toestemming geeft voor langer verblijf in het buitenland.
Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college blijft in stand.