ECLI:NL:RBOVE:2024:5035
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen invordering verbeurde dwangsom voor aanwezigheid yurt zonder vergunning
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen tot invordering van een dwangsom van €10.000,- wegens het plaatsen van een yurt zonder vergunning op hun percelen. Het college had eerder een last onder dwangsom opgelegd en de dwangsom deels gematigd vanwege het verloop van het vergunningverleningsproces.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht de bewoners van een nabijgelegen perceel als belanghebbenden heeft aangemerkt. De vaststelling van de overtreding is voldoende zorgvuldig en controleerbaar, gebaseerd op een rapport van een toezichthouder met foto’s en plattegrond. De aanwezigheid van een later verleende omgevingsvergunning vormt geen bijzondere omstandigheid om af te zien van invordering, omdat de overtreding plaatsvond vóór de vergunningverlening.
Eisers stelden dat de dwangsom een criminal charge zou zijn en het college een verdienmodel nastreeft, maar de rechtbank wijst dit af omdat de dwangsom een bestuurlijke maatregel is ter handhaving. De matiging van 75% door het college wordt als coulant beschouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de verbeurde dwangsom wordt ongegrond verklaard en het invorderingsbesluit blijft in stand.