ECLI:NL:RBOVE:2024:5146

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
7 oktober 2024
Zaaknummer
11094670 \ CV EXPL 24-1901
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering afgifte en betaling huurovereenkomst mobiele telefoon ondanks tekortkomingen bestelknop

In deze zaak vordert Grover Nederland B.V. betaling en afgifte van gehuurde mobiele telefoons van de consument [gedaagde]. De overeenkomst is online gesloten vóór het Fuhrmann-arrest, waardoor de gebrekkige bestelknop niet leidt tot nietigheid van de overeenkomst. Wel is sprake van ernstige schending van essentiële precontractuele informatieplichten zoals de wijze van levering, het herroepingsrecht en de duur en opzegvoorwaarden.

De kantonrechter past een sanctie toe door de betalingsverplichting van [gedaagde] met 25% te verminderen. De vordering tot afgifte van de toestellen en betaling van de toestelwaarde wordt toegewezen, met een langere inlevertermijn. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen.

De proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter R.F. van Aalst en uitgesproken op 24 september 2024.

Uitkomst: De vordering tot betaling, afgifte van de gehuurde toestellen en bijkomende kosten wordt toegewezen met een korting van 25% op de betalingsverplichting.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 11094670 \ CV EXPL 24-1901
Vonnis van 24 september 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GROVER NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij, hierna te noemen Grover,
gemachtigde: LegalSteps B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
niet verschenen, tegen [gedaagde] is verstek verleend.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 juni 2024
- de akte uitlating van Grover.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter blijft bij hetgeen in voormeld vonnis is overwogen en beslist.
2.2.
Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter Grover in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vraag wat de duur is van de overeenkomst, waarom zo lang is gewacht met dagvaarden en een nadere onderbouwing te geven van de toestelwaarde.
2.3.
Grover heeft gesteld dat de duur van de overeenkomsten respectievelijk 12 en 18 maanden is. Verder heeft zij gesteld dat zij door ontwikkelingen in de rechtspraak terughoudend is geworden in het ondernemen van gerechtelijke stappen. De toestelwaarde heeft zij nader onderbouwd door het overleggen van een tabel van de onafhankelijke site ‘[internetsite]’ en zij heeft gesteld dat bij de bepaling van de prijs rekening is gehouden met de waardevermindering van de toestellen.
De vervallen huur en gebruiksvergoeding
2.4.
Deze zaak gaat over een online gesloten huurovereenkomsten waarbij [gedaagde] als consument is te kenmerken.
2.5.
De Hoge Raad heeft op 12 november 2021 een uitspraak gedaan die voor deze zaak van belang is (ECLI:NL:HR:2021:1677). Kort samengevat heeft de Hoge Raad overwogen dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde essentiële informatieplichten is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter een sanctie moet toepassen.
2.6.
Deze informatieplichten zien op de (pre)contractuele informatieplichten van artikel 6:230m jo. artikel 6:230v BW.
2.7.
De kantonrechter oordeelt dat sprake is van voldoende ernstige schending van de essentiële precontractuele informatieplicht vermeld in artikel 6:230m lid 1 onder g (wijze van levering), h (herroepingsrecht) en o (duur en opzegvoorwaarden).
2.8.
De kantonrechter zal aan de hand van de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/kanton) de betalingsverplichting van [gedaagde] vanwege voornoemde schending verminderen met 25%. Daarom zal er de vervallen huur ter hoogte van € 93,60 en de gebruiksvergoeding ter hoogte van € 374,40 worden toegewezen.
2.9.
Ten aanzien van de bestelknop overweegt de kantonrechter als volgt. De overeenkomst is tot stand gekomen vóór het arrest van het Hof van Justitie van 7 april 2022 (ECLI:EU:C:2022:269) en dat betekent dat Grover bij de totstandkoming van de onderhavige overeenkomst geen rekening heeft kunnen houden met de in dit arrest genoemde nadere uitleg. Uit het bestelproces blijkt voldoende dat er aan de bestelling een betalingsverplichting kleeft.
De afgifte en toestelwaarde
2.10.
De gevorderde afgifte van het gehuurde en het deel van de vordering dat ziet op de toestelwaarde komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor, zodat dit deel van de vordering zal worden toegewezen, met dien verstande dat er een langere inlevertermijn zal worden toegewezen.
De bijkomende kosten
2.11.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
2.12.
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen als na te melden.
\
2.13.
De buitengerechtelijke incassokosten van € 147,53 zullen worden toegewezen. Grover heeft een correcte aanmaning gestuurd en nog heeft [gedaagde] de hoofdsom niet betaald, daarom is [gedaagde] de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd.
2.14.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Grover worden begroot op:
- dagvaarding € 113,54
- griffierecht € 372,00
- salaris gemachtigde € 204,00 (1 punt x tarief € 204,00)
- nakosten
€ 102,00Totaal € 791,54.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan Grover te betalen een bedrag van € 615,53, vermeerderd met de wettelijke rente over € 374,40 vanaf de respectieve ontbindingsdatum en over € 93,60 vanaf de respectieve vervaldatum van de onderliggende termijnen, telkens tot de dag van algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis de NINTENDO Switch New Edition (Gray), LG TONE Free HBS-FN4 In-ear headphones (White), Microsoft Xbox Series S (white) en Sony Over-Ear Headphones SONY WH-1000XM4 (Black) te doen inleveren bij Grover op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag of gedeelte ervan tot het maximum van € 300,00 per product is bereikt;
3.3.
veroordeelt [gedaagde], indien afgifte van de NINTENDO Switch New Edition (Gray), LG TONE Free HBS-FN4 In-ear headphones (White), Microsoft Xbox Series S (white) en Sony Over-Ear Headphones SONY WH-1000XM4 (Black) uitblijft, tot betaling van de toestelwaarde van € 971,62, waarop in mindering zal strekken het betaalde bedrag aan dwangsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de 15e dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van betaling;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 791,54, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het bedrag
€ 791,54 vanaf de vijftiende dag na dit vonnis en over het bedrag van de kosten van betekening vanaf de vijftiende dag na de betekening;
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 24 september 2024.