Eisers vorderden betaling van €11.792,16, vermeerderd met rente en kosten, omdat zij meenden dat gedaagden een bedrag van €8.000 voor de overname van een Skoda Citigo hadden geleend en niet hadden terugbetaald. Gedaagden betwistten dat sprake was van een lening en stelden dat het bedrag was geschonken.
De kantonrechter oordeelde dat eisers onvoldoende feiten en omstandigheden hadden gesteld waaruit bleek dat sprake was van een lening. Er was geen schriftelijke overeenkomst en de omschrijvingen bij overboekingen wezen niet op een lening. Telefonische afspraken waren niet aannemelijk gemaakt en getuigenverklaringen boden onvoldoende steun.
Ook de aanvullende kosten en rente werden afgewezen omdat gedaagden niet in verzuim waren. De proceskosten werden aan eisers opgelegd. Het vonnis werd gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en op 19 november 2024 uitgesproken.