ECLI:NL:RBOVE:2024:6314
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer door CBR
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het CBR om hem een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op te leggen wegens twee onherroepelijke veroordelingen voor strafbare feiten als beginnend bestuurder. Het CBR baseerde het besluit op een mededeling van de officier van justitie dat eiser tweemaal de rijvaardigheid onvoldoende zou bezitten, onder meer vanwege een snelheidsovertreding en het veroorzaken van gevaar op de weg.
Eiser betwistte de onherroepelijkheid van één van de veroordelingen en stelde dat hij niet gehoord was in de bezwaarprocedure, wat volgens hem in strijd was met de hoorplicht en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht verwees naar het uittreksel uit de Justitiële Documentatie waaruit blijkt dat beide veroordelingen onherroepelijk zijn. De brief van eiser aan het CVOM werd niet als verzetschrift beschouwd.
Verder mocht het CBR op grond van vaste rechtspraak afzien van een hoorzitting omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en eiser geen tegenbewijs had geleverd tegen de op ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. De aanvullende bezwaargronden werden niet ontvangen door het CBR, waardoor ook geen aanleiding was voor een hoorzitting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde dat het CBR de EMG terecht heeft opgelegd en wees het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer door het CBR wordt ongegrond verklaard.