ECLI:NL:RBOVE:2024:6359
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens ontbreken machtiging namens Stichting
De Stichting diende bezwaar in tegen besluiten van het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel omtrent een POP3-subsidie. Het college verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk omdat een correcte machtiging ontbrak die aantoonde dat M.G. Kroonenburg-Kolk bevoegd was om namens de Stichting bezwaar te maken.
De rechtbank oordeelde dat het enkel optreden als penvoerder niet voldoende was om bevoegdheid aan te tonen. De ingediende machtiging dateerde van na het bestreden besluit en kon daarom niet worden meegewogen. Het college had de Stichting via een herstelverzuimbrief tijdig de mogelijkheid geboden om de machtiging alsnog te overleggen.
De Stichting voerde aan de brief niet te hebben ontvangen, maar het college toonde aan dat de brief per e-mail was verzonden naar het opgegeven adres. De rechtbank ging ervan uit dat de brief was ontvangen. Telefonisch contact later bood geen grond voor herstel van het verzuim omdat de termijn al was verstreken.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het college in stand. De Stichting kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van de Stichting wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een tijdige en correcte machtiging.