Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
“ [slachtoffer] ”getatoeëerd. Door de combinatie van bloed, geur en lijkstijfheid vermoeden de verbalisanten dat het slachtoffer reeds overleden was.
- van achter/onder het linkeroor naar het rechter slaapbeen;
- van de rechterlende naar het rechter strottenhoofd;
- rechter mondhoek naar achter het rechter kaakgewricht.
- Het DNA-mengprofiel AAKQ1202NL#01 is ongeveer 600 duizend keer waarschijnlijker wanneer [medeverdachte 1] wel donor is, dan wanneer zij geen donor is.
- Het DNA-mengprofiel AAKQ1202NL#01 is ongeveer 65 miljoen keer waarschijnlijker wanneer [verdachte 1] wel donor is, dan wanneer hij geen donor is.
- Het DNA-mengprofiel AAKQ1202NL#01 is ongeveer 1,2 miljoen keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [medeverdachte 1] en [verdachte 1] (en geen/een onbekende persoon), dan wanneer de bemonstering DNA bevat van enkel [medeverdachte 1] (en een/twee onbekende personen), enkel [verdachte 1] (en een/twee onbekende personen) of enkel twee/drie onbekende personen.
- De bevindingen van het onderzoek aan letsel A, het huiddeel AAKD5669NL en de schotrestenfolie AAKU7862NL van de verwonding achter het linkeroor van [slachtoffer] zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen 10 en 50 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan 10 centimeter of groter dan 50 centimeter is.
- De bevindingen van het onderzoek aan het huiddeel AAKD5668NL en de schotrestenfolie AAKJ3480NL van de verwonding in de rechter flank van [slachtoffer] zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen 25 en 150 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan 25 centimeter of groter dan 150 centimeter is.
- De bevindingen van het onderzoek aan de schotrestenfolie AAK13479NL van de verwonding ter hoogte van de mond van [slachtoffer] zijn waarschijnlijker wanneer de schootsafstand tussen 25 en 150 centimeter is, dan wanneer de schootsafstand kleiner dan 25 centimeter of groter dan 150 centimeter is.
De getuigen hebben daarmee wisselend verklaard over wat zij op hetzelfde moment zouden hebben gezien.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van moord.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van moord;
gevangenisstrafvoor de duur van
22 (tweeëntwintig) jaren;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 juli 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 122 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 juli 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 122 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 20.000,-- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst af de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 750,--;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 juli 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 121 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 17.500,-- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst af de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 750,--;
uitgesneden.
uitgesneden.