Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.Samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 29
3.De feiten
- Verbouw van een bedrijfspand van [merknaam 1] in [plaats 3]
- Nieuwbouw van een ijsfabriek, kantoren en bijbehoren van De [merknaam 2] in [plaats 4]
- Verbouw van [bedrijf 2] in [plaats 5]
- Verbouw van winkels van [merknaam 1] in [plaats 4]
4.Het geschil
5.De beoordeling
We zijn trots dat we dit hebben kunnen realiseren in nauw overleg met de familie [naam 1]’. Ook die opmerking is onvoldoende om aan te nemen dat [gedaagde] ervan uitging dat zij jegens [eiser] eindverantwoordelijk was voor de bouwkwaliteit. Uit de overgelegde publicaties leidt de rechtbank veeleer af dat de heer [gedaagde] het als zijn taak zag om de projecten te begeleiden, omdat hij het heeft over het ‘begeleiden’ en ‘uitbesteden’ van werkzaamheden. Verantwoordelijkheid voor het eindproduct wordt daarin niet geclaimd. De stelling van [eiser] dat [gedaagde] wekelijkse met de (onder) aannemers om tafel zat, en dat [eiser] daar niet bij aanwezig was, is ook niet voldoende. Dat kan namelijk ook passen bij de rol van een faciliterende bouwbegeleider zonder eindverantwoordelijkheid. Bovendien staat vast dat [gedaagde] ook wekelijks met
bij grotere en complexere projecten altijd nog derden adviseurs[werden, toev. rechtbank]
ingeschakeld’, en dat ook het geven van bouwkundige advies – zonder nadere toelichting – niet leidt tot aansprakelijkheid voor de kwaliteit van de bouwprojecten. Indien het al zo zou zijn dat onjuist advies wordt gegeven, of ten onrechte niet wordt geadviseerd waar dat wel had gemoeten, zou aansprakelijkheid aan de orde kunnen zijn, maar dat wordt door [eiser] volstrekt onvoldoende gesteld.