Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
€ 79,07
3.Het geschil
4.De beoordeling
In conventie en in reconventie
€ 132,00
€ 543,00(1 punt x tarief)
Rechtbank Overijssel
Partijen A1, A2 en A3 vorderen betaling van openstaande facturen voor verrichte werkzaamheden aan partij B. Partij B betwist de vorderingen en stelt dat partijen A2 en A3 tekort zijn geschoten in hun verplichtingen, onder meer door het niet correct bijhouden van de administratie en het niet tijdig waarschuwen voor onregelmatigheden.
De rechtbank overweegt dat partij B onvoldoende heeft onderbouwd dat zij eerder dan juli 2023 bezwaar heeft gemaakt tegen de facturen en dat de stellingen over tekortkomingen niet aannemelijk zijn gemaakt. De facturen zijn voorzien van specificaties en de vorderingen zijn grotendeels beperkt door partijen A2 en A3, wat de rechtbank meeneemt in haar oordeel.
De rechtbank wijst het verweer van partij B af en veroordeelt haar tot betaling van de gevorderde bedragen met wettelijke handelsrente. De vorderingen in reconventie van partij B wegens schadevergoeding worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Partij B wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel conventie als reconventie.
Uitkomst: Partij B wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen aan partijen A1, A2 en A3 en de vorderingen in reconventie worden afgewezen.