Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker 2], beiden wonende te [woonplaats 1] ,
[verzoekster], beiden wonende te [woonplaats 2] ,
Rechtbank Overijssel
Verzoekers, bewoners van een woning die wordt gebruikt voor huisvesting van arbeidsmigranten, maakten bezwaar tegen een ambtshalve genomen last onder dwangsom van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle. Het college stelde dat de bewoning in strijd was met het Omgevingsplan omdat het pand niet als één huishouden werd bewoond, maar door meerdere arbeidsmigranten die geen duurzaam huishouden vormden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers als bewoners een rechtstreeks belang hebben en ontvankelijk zijn in hun verzoek. Het college had verzoekers onvoldoende gelegenheid gegeven om zienswijzen naar voren te brengen, vooral gezien het lange tijdsverloop sinds eerdere handhavingsmaatregelen en gewijzigde feitelijke situatie. Dit was in strijd met artikel 4:8 Awb Pro.
Daarnaast is voorlopig geoordeeld dat de samenstelling van bewoners mogelijk wel een afzonderlijk huishouden vormt, waardoor het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen, de handhavingsbesluiten worden geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het handhavingsbesluit geschorst vanwege onvoldoende gelegenheid tot zienswijze en onzorgvuldige besluitvorming.