De rechtbank Overijssel behandelde op 15 januari 2024 het verzoek van de raad voor de kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind. De ouders hebben gezamenlijk gezag. De raad stelde dat beëindiging noodzakelijk is vanwege de kwetsbare situatie van het kind en de onduidelijkheid over zijn toekomstperspectief.
De rechtbank heeft uitgebreid de feiten en eerdere ondertoezichtstellingen beoordeeld. Het kind verblijft momenteel met gesloten jeugdhulp bij Pluryn en heeft een belaste voorgeschiedenis. De moeder is volgens de raad onvoldoende betrokken en bereikbaar, wat het gezag belemmert. De moeder betwist dit en wil het gezag behouden.
De rechtbank oordeelt dat de raad onvoldoende heeft onderbouwd dat het gezamenlijk gezag de ontwikkeling van het kind ernstig bedreigt. Er is geen bewijs dat het kind klem of verloren raakt door het gezag van de moeder. De moeder mengt zich niet belemmerend in gezagsbeslissingen en het kind is zich bewust van zijn situatie. Daarom is het verzoek afgewezen en blijft de moeder belast met het gezag, zij het beperkt door de ondertoezichtstelling.