Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
niet-ontvankelijkin zijn verzoek tot wraking.
Rechtbank Overijssel
De wrakingskamer van de Rechtbank Overijssel ontving op 13 februari 2025 een wrakingsverzoek gericht tegen mr. H.T. Pos, kinderrechter belast met de behandeling van twee zaken. Het verzoek werd per e-mail ingediend op 12 februari 2025 om 19:49 uur, na de mondelinge uitspraak van mr. Pos in de hoofdzaak.
Volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de verzoeker de feiten of omstandigheden kent en in ieder geval vóór het wijzen van de einduitspraak. De rechtbank Overijssel hanteert in haar wrakingsprotocol dat een verzoek na de uitspraak zonder mondelinge behandeling niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De wrakingskamer constateerde dat de uitspraak in de hoofdzaak op 12 februari 2025 direct na de mondelinge behandeling was gedaan, vóór ontvangst van het wrakingsverzoek. Daarom werd het verzoek zonder mondelinge behandeling niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd op 28 februari 2025 in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens indiening na uitspraak in de hoofdzaak.