De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en DFNetworks over de duur van de arbeidsovereenkomst en de doorbetaling van loon. De werknemer was sinds oktober 2023 in dienst als glasvezelmonteur met een contract voor bepaalde tijd dat liep tot april 2024. Na deze periode ontstond onduidelijkheid over de verlenging: de werknemer stelt dat een contract voor 12 maanden is overeengekomen, terwijl DFNetworks een contract voor 7 maanden aanvoert.
De kantonrechter constateert dat geen van beide partijen een door beide partijen ondertekend contract voor bepaalde tijd heeft overlegd. De cao Technisch Installatiebedrijf vereist schriftelijke vastlegging van tijdelijke contracten. Door het ontbreken hiervan is volgens de kantonrechter sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
De werknemer was ziek gemeld vanaf september 2024 en ontving een brief dat het contract per 3 november 2024 zou eindigen. De kantonrechter oordeelt echter dat de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd en veroordeelt DFNetworks tot doorbetaling van loon, inclusief wettelijke rente en een beperkte wettelijke verhoging van 10%. Het verzoek om transitievergoeding wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst nog voortduurt. De proceskosten worden aan DFNetworks opgelegd.