Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 12 november 2024;
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Overijssel
Eiser vordert betaling van een factuur voor reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan de auto van gedaagde. Gedaagde stelt dat hij de factuur al contant heeft betaald door geld in een envelop op de balie te leggen, maar kan dit niet bewijzen. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet heeft aangetoond dat betaling heeft plaatsgevonden en veroordeelt hem tot betaling van de factuur.
Vanwege het consumentenkarakter van de overeenkomst en het niet voldoen door eiser aan essentiële informatieplichten zoals vastgelegd in artikel 6:230l BW, wordt een sanctie van 20% toegepast op de factuur. De betalingsverplichting wordt daardoor verminderd tot € 896,29. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ontvangst van de aanmaning.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gereduceerde bedrag plus wettelijke rente vanaf de dagvaarding en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde moet factuur betalen met 20% korting wegens schending informatieplicht, plus wettelijke rente en proceskosten.