ECLI:NL:RBOVE:2025:1444
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen hoogte eigen bijdrage Wlz na letselschadevergoeding auto-ongeluk
Eiseres, die in 1981 ernstig letsel opliep bij een auto-ongeluk en sindsdien in een verpleegtehuis woont, betwist de hoogte van haar eigen bijdrage op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CAK had de eigen bijdrage vastgesteld op basis van een bedrag van € 73.627,- dat voortkomt uit een letselschadevergoeding, maar weigerde rekening te houden met lijfrentes en andere vermogensbestanddelen waarvan niet kon worden vastgesteld dat zij uit de letselschadevergoeding voortkomen.
De rechtbank overweegt dat eiseres niet heeft kunnen aantonen dat het totale letselschadebedrag hoger was dan het door het CAK gehanteerde bedrag. De lijfrentes en spaartegoeden konden niet worden toegerekend aan de letselschadevergoeding vanwege gebrek aan bewijs. Ook het standpunt van eiseres dat de letselschadevergoeding gekapitaliseerd moet worden, wordt verworpen omdat de wet- en regelgeving uitgaan van de vastgestelde hoogte in een overeenkomst of rechterlijke uitspraak.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de persoonlijke situatie van eiseres en haar wens om haar woning te behouden, zijn de regels voor de eigen bijdrage dwingendrechtelijk en bieden zij geen ruimte voor bijzondere omstandigheden of een hardheidsclausule. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de hoogte van de eigen bijdrage Wlz wordt ongegrond verklaard.