Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Elfstedenhart Recreatie B.V.uit Sneek,
Rechtbank Overijssel
In deze bestuursrechtelijke zaak verzoekt Stichting Natuurlijk Dinkeldal een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel om niet handhavend op te treden tegen het Elfstedenhart-project. Volgens verzoeker was intern salderen niet toegestaan en had een milieuvergunning moeten worden aangevraagd.
De voorzieningenrechter overweegt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met de Rendac-uitspraak van 18 december 2024 haar rechtspraak over intern salderen heeft gewijzigd. Dit leidt ertoe dat bij de voortoets niet meer mag worden gesaldeerd met de referentiesituatie, waardoor vaker een vergunning nodig is. Echter, vanwege het rechtszekerheidsbeginsel geldt een overgangsperiode van vijf jaar voor projecten die tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 fysiek zijn gestart en waarbij destijds intern salderen werd toegepast.
Het Elfstedenhart-project is in 2022 gestart en valt binnen deze overgangsperiode. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college daarom niet handhavend kan optreden tot 1 januari 2030. Verzoeker heeft onvoldoende bijzondere omstandigheden aangevoerd om hiervan af te wijken. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De voorzieningenrechter benadrukt dat het college wel passende maatregelen kan treffen om verslechtering van natuurwaarden te voorkomen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.C. Rozeboom en bindt de rechtbank niet in een bodemprocedure. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege de overgangsperiode waardoor het college niet kan handhaven.