Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de brief van [gedaagde] van 28 augustus 2024, aangemerkt als conclusie van antwoord;
Rechtbank Overijssel
Eiser en gedaagde hadden een affectieve relatie en kochten samen een woning. Zij sloten een lening af van €20.000 die deels werd gebruikt voor de woning en deels voor andere doeleinden. Na het beëindigen van hun relatie nam eiser het aandeel van gedaagde in de woning over en betaalde de lening af.
Eiser vorderde dat gedaagde de helft van de schuld en bijkomende kosten zou betalen. Gedaagde stelde dat er een afspraak was dat eiser de lening zou overnemen, maar dit kon niet concreet worden bewezen. De kantonrechter stelde vast dat slechts een deel van de lening (€5.800) voor de gezamenlijke woning was gebruikt.
Het overige bedrag was deels besteed aan zakelijke uitgaven van eiser waarvoor gedaagde niet aansprakelijk is. Daarom werd gedaagde veroordeeld tot betaling van 14,5% van de totale lening inclusief rente en kosten, met daarnaast een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van 14,5% van de lening met rente en incassokosten aan eiser.