Uitspraak
[bedrijf],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Overijssel
Eiser, een Duitse groothandel in keukenmeubelen, vordert betaling van twee facturen van gedaagde, een Nederlandse eenmanszaak die keukens verkoopt. Gedaagde erkent de betalingsverplichting maar stelt dat één factuur reeds is voldaan en dat de andere factuur niet betaald hoeft te worden vanwege een afspraak met een agent van eiser.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende concrete feiten heeft gesteld ter onderbouwing van zijn stellingen. Het bewijs voor betaling van de eerste factuur ontbreekt en de vermeende afspraak over de tweede factuur is niet aannemelijk gemaakt. Daarom wordt gedaagde geen gelegenheid gegeven om bewijs te leveren.
De Nederlandse rechter is bevoegd op grond van de Brussel I bis-Verordening en het Weens Koopverdrag is van toepassing. De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van het volledige factuurbedrag, vermeerderd met wettelijke handelsrente en een forfaitaire vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden eveneens aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen met wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.