ECLI:NL:RBOVE:2025:2455
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na intrekking voorlopige voorziening Ziektewetuitkering
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering per 28 oktober 2024 te beëindigen. Na een periode van vijf maanden heeft het UWV bij brief van 31 maart 2025 medegedeeld dat het bezwaar gegrond zal worden verklaard en dat de uitkering zal worden voortgezet.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De voorzieningenrechter stelde vast dat het UWV aan het verzoek van verzoeker was tegemoetgekomen door het besluit op bezwaar spoedig te zullen nemen en de uitkering te hervatten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het UWV daarom de proceskosten van € 907,- en het griffierecht van € 53,- aan verzoeker moet vergoeden. Dit oordeel is gebaseerd op artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij het intrekken van de voorlopige voorziening na tegemoetkoming leidt tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 907,- aan proceskosten en € 53,- aan griffierecht aan verzoeker.