Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
De B.V.’s
De bedrijfsvoering
- [verdachte] was vanaf mei 2021 bestuurder van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 3] B.V., en middellijk bestuurder van [bedrijf 2] B.V.
- Het telefoonnummer van [verdachte] staat vermeld op de omzetbelastingaangifte van [bedrijf 1] over het eerste en derde kwartaal van 2022.
- Op de laptop van [verdachte] is een lijst gevonden met de inloggegevens voor eHerkenning van een aantal eenmanszaken en de B.V.’s. Een aantal aangiften voor de omzetbelasting van [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] B.V. is ingediend met gebruik van eHerkenning.
- Er zijn facturen van KPN inzake eHerkenning, gericht aan [verdachte] , gevonden.
- Onderaannemers [naam 2] en [naam 3] hebben verklaard dat [verdachte] wist wanneer btw-aangifte werd gedaan en dat onder andere hij de boekhouding regelde.
- Uit chatgesprekken tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] blijkt dat [medeverdachte 1] de omzetten van de onderaannemers overboekte en dat [verdachte] daar achteraf facturen bij maakte.
- Op de laptop van [verdachte] is een document met een werkinstructie voor [naam 6] gevonden, waarin instructies staan met betrekking tot werkzaamheden op het gebied van onder andere loonadministratie en het bijhouden van de bankmutaties van monteurs. [verdachte] kent dit document.
- Daarnaast stonden op de laptop van [verdachte] overzichten van de administratie van [bedrijf 3] B.V. van de jaren 2021 en 2022, met de in de belastingaangiften vermelde omzet en de daadwerkelijk gemaakte omzet.
- [verdachte] heeft een lijst met verbeterpunten opgesteld, waarop onder andere staat: ‘Wij moeten onszelf niet wijsmaken dat wat wij doen goed is want de constructie is niet correct. We moeten alles netjes kunnen verklaren.’
Geldstromen B.V.’s
haarbedrijf;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;