Uitspraak
wonende in [woonplaats] ,
[bedrijf],
gevestigd en kantoorhoudende in [vestigingsplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 135,00
Rechtbank Overijssel
Werknemer trad in juli 2021 in dienst bij werkgever met een arbeidsovereenkomst voor 38 uur per week. Werkgever betaalde het salaris vanaf periode 11 in 2024 niet uit, ondanks herhaalde verzoeken en gesprekken. Werknemer schortte zijn werkzaamheden op per 6 januari 2025 wegens het uitblijven van loon en nam op 31 januari 2025 ontslag op staande voet.
Werkgever stelde dat werknemer al op 6 januari had opgezegd door niet te verschijnen, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet als opzegging kon worden gezien. Het niet betalen van loon is een dringende reden voor ontslag op staande voet. De kantonrechter stelde vast dat het ontslag onverwijld was genomen en rechtsgeldig was.
De rechtbank kende werknemer een gefixeerde schadevergoeding van één maand loon toe, een transitievergoeding, het achterstallig salaris over de periode 11 tot en met 31 januari 2025 met een gematigde wettelijke verhoging van 10%, en rente. Tevens werd werkgever veroordeeld tot het verstrekken van specificaties en betaling van vakantietoeslag en verlofsaldi. Het verzoek tot verhoging van de schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen. Werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Ontslag op staande voet is rechtsgeldig; werknemer krijgt schadevergoeding, transitievergoeding, achterstallig salaris met wettelijke verhoging en rente toegewezen.