ECLI:NL:RBOVE:2025:3822
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende motivering en voorbereiding UWV-besluit arbeidsongeschiktheid
Eiseres, geboren in 1996, was werkzaam als chauffeur en meldde zich in juni 2021 ziek. Na verschillende uitkeringen op grond van de Ziektewet en WGA, vroeg zij op 22 januari 2024 om herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 80-100%, maar achtte de klachten niet duurzaam vanwege mogelijke verbetering via behandeling.
Eiseres lijdt aan endometriose, adenomyose en chronisch bekkenpijnsyndroom, met ernstige en langdurige pijnklachten. Zij stelt dat haar aandoeningen duurzaam zijn en dat een revalidatietraject te belastend is. Het UWV baseerde haar standpunt op rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die verbetering niet uitsloot en een multidisciplinaire aanpak binnen een revalidatietraject mogelijk achtte.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts onvoldoende heeft gemotiveerd dat op 22 januari 2024 verbetering te verwachten was. De specialist gaf aan dat een revalidatietraject te zwaar was, maar dit is niet door de arts nader onderzocht. Hierdoor is het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd, in strijd met de Awb. De rechtbank geeft het UWV acht weken om het gebrek te herstellen met aanvullende informatie en motivering.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en bepaalt dat het UWV binnen twee weken moet melden of het gebruik maakt van de herstelmogelijkheid. De uitspraak is een tussenuitspraak en er staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan samen met de einduitspraak worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het UWV het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en gemotiveerd en geeft het UWV de gelegenheid het gebrek te herstellen.