ECLI:NL:RBOVE:2025:3975
Rechtbank Overijssel
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onjuiste indexering bij vaststelling WIA-arbeidsongeschiktheidspercentage
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV stelde zijn arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 34,09%, net onder de grens van 35% voor recht op uitkering. De rechtbank onderzocht het beroep van eiser tegen deze afwijzing en concludeerde dat het UWV bij de indexering van het maatmaninkomen onjuist het indexcijfer van december 2023 gebruikte, terwijl het indexcijfer van januari 2024 beschikbaar was op het moment dat het arbeidsdeskundige onderzoek werd afgerond.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid zelf zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen van eiser adequaat waren vastgesteld. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden de beperkingen en passende functies goed gemotiveerd. Het geschil concentreerde zich op de juiste toepassing van het indexcijfer voor de loonaanpassing.
De rechtbank stelde dat onder de zinsnede "ten tijde van het arbeidsdeskundige onderzoek" moet worden verstaan de datum waarop het volledige onderzoek is afgerond, namelijk 9 februari 2024. Omdat op die datum het indexcijfer van januari 2024 (117) al bekend was, had dit cijfer moeten worden gebruikt in plaats van dat van december 2023 (114). Hierdoor is het maatmaninkomen van eiser te laag vastgesteld, wat gevolgen heeft voor de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en gaf het UWV de gelegenheid om binnen vier weken het gebrek te herstellen door een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met het juiste indexcijfer. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden. De rechtbank benadrukte dat het UWV binnen twee weken moet melden of het gebruik maakt van deze herstelmogelijkheid.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit herzien met het juiste indexcijfer, waarna de rechtbank een einduitspraak zal doen.