Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[eiser] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
wonende in [woonplaats],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 102,00
Rechtbank Overijssel
De huurder heeft een woning gehuurd van de eigenaar van 1 mei 2023 tot 1 juni 2024. Er was een huurovereenkomst met een kale huurprijs en voorschot servicekosten. Bij aanvang waren gebreken vastgesteld die niet direct hersteld werden, waarop de huurder een eenmalige huurprijsverlaging van €47,64 eiste. De verhuurder stemde hiermee in.
De huurder heeft vijf huurbetalingen gestorneerd en stelde een doorlopende huurprijsverlaging te hebben afgesproken, wat de kantonrechter niet aannam. De huurcommissie stelde de kale huurprijs lager vast dan overeengekomen, wat in mindering werd gebracht. De waarborgsom werd terecht verrekend met de huurachterstand.
De huurder voerde ook aan dat de servicekosten te hoog waren, niet gespecificeerd en te laat afgerekend, maar dit verweer werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De huurder was in verzuim en rente werd toegewezen vanaf het moment van stornering. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ontvangst aanmaning.
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot betaling van €1.776,58 plus wettelijke rente en in de proceskosten van de verhuurder.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van €1.776,58 plus wettelijke rente en proceskosten, met verrekening van een eenmalige huurprijsverlaging en waarborgsom.