Uitspraak
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.Samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord van 4 februari 2025
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Overijssel
Eiser huurde sinds 1 juli 2014 een zelfstandige woning van gedaagden en werd op 5 juni 2024 zonder rechterlijke toestemming uit deze woning gezet. Eiser vorderde een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten van €7.428 en een smartengeldvergoeding van €2.000 wegens de onrechtmatige ontruiming.
De kantonrechter oordeelde dat de verhuis- en inrichtingskostenvergoeding niet toewijsbaar was omdat eiser geen concrete schade had onderbouwd. Er was geen bewijs van kosten voor het zoeken van nieuwe woonruimte of beschadiging van goederen. De woning was grotendeels ontruimd door vrijwilligers.
Wel werd de smartengeldvergoeding toegekend. De ontruiming zonder rechterlijke tussenkomst, het vervangen van sloten en het feit dat eiser door zijn visuele beperking moeilijk nieuwe woonruimte kan vinden, vormden een ernstige aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer. De kantonrechter schatte de immateriële schade op €2.000. Proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €2.000 smartengeld, schadevergoeding verhuis- en inrichtingskosten wordt afgewezen.