Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
- € 169.913,90
- € 29.108,--
opbrengst hennepkwekerij [adres 5] (zaaksdossier 12).
2.De procedure
Subsidiair
3.De beoordeling van de vordering
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 210.756,--;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 210.756,-- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen;
- wijst de vordering voor het overige af.