Eiseres heeft een handhavingsverzoek ingediend tegen diverse activiteiten op een agrarisch perceel, waaronder het niet voldoen aan de beweidingsplicht, overschrijding van dierenaantallen en het illegaal aangelegde mestbassin. Het college besloot slechts handhavend op te treden tegen het mestbassin en wachtte de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak af voor andere punten.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende feiten heeft onderzocht en niet de nodige kennis heeft vergaard over de relevante feiten en belangen. Tevens ontbreekt een wettelijk verplicht verslag van het horen in bezwaar. Het besluit is daardoor ondeugdelijk gemotiveerd en in strijd met de artikelen 3:2, 7:7 en 7:12 van de Awb.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en gelast het college binnen acht weken opnieuw te beslissen op het bezwaar, met inachtneming van een gedegen feitenonderzoek en belangenafweging. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het niet tijdig nemen van een nieuw besluit. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.