ECLI:NL:RBOVE:2025:5141
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing executie kinderteruggeleidingsbeschikking
De vrouw en de man zijn ouders van twee minderjarige kinderen en gezamenlijk gezag over hen uitoefenen. Na vertrek van de vrouw met de kinderen naar Nederland, heeft de man een teruggeleidingsverzoek ingediend bij de rechtbank Den Haag, die de terugkeer van de kinderen naar de Verenigde Arabische Emiraten heeft bevolen. Het hof heeft dit bevestigd met een uiterste terugkeerdatum van 21 juli 2025.
De vrouw heeft niet aan deze beschikking voldaan en verzocht in kort geding de executie van deze beschikking te schorsen, stellende dat nieuwe feiten en omstandigheden zijn ontstaan waardoor zij en de kinderen in een noodtoestand verkeren. Zij baseert dit op het niet nakomen van garanties door de man omtrent visum, woning en onderhoud.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die een noodtoestand aantonen. De toezeggingen van de man zijn eerder beoordeeld en meegewogen door rechtbank en hof. De vrouw heeft niet onderbouwd dat de man deze niet zal nakomen. Ook haar besluit zelf niet terug te keren is geen nieuw feit in juridische zin. De vorderingen worden daarom afgewezen. De vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten.
De bijzondere curator en de raad voor de kinderbescherming benadrukken het belang van contact tussen kinderen en vader en de noodzaak van samenwerking, maar dit leidt niet tot schorsing van de executie.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de teruggeleidingsbeschikking wordt afgewezen.