Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hengelo van 18 april 2025. Dit verzoek is ingetrokken nadat het college op 11 juli 2025 het bestreden besluit heeft ingetrokken en daarmee geheel aan verzoeker is tegemoetgekomen.
De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar het college heeft niet gereageerd. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten indien het bestuursorgaan aan verzoeker geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college met het intrekken van het besluit aan verzoeker is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De proceskosten worden vastgesteld op € 907,-, gebaseerd op één punt voor de verrichte proceshandeling. Daarnaast wordt het griffierecht van € 194,- aan verzoeker vergoed.
De proceskostenvergoeding wordt betaald aan de rechtsbijstandverlener, omdat verzoeker een toevoeging heeft ontvangen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.