De zaak betreft beroepen van Groen Gas Goor B.V. (GGG) en een eiser tegen een besluit van Gedeputeerde Staten van Overijssel over de openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo). Het verzoek betrof stukken met betrekking tot een vergunningaanvraag onder de Wet natuurbescherming (Wnb).
Verweerder had in het primaire besluit besloten om 21 documenten geheel of gedeeltelijk openbaar te maken, waarbij sommige informatie was geweigerd op grond van uitzonderingsgronden uit de Woo. Zowel GGG als eiser maakten bezwaar tegen dit besluit. Het bestreden besluit herzag gedeeltelijk het primaire besluit en maakte meer informatie openbaar.
De rechtbank oordeelt dat het beroep van GGG gegrond is voor zover verweerder ten onrechte heeft besloten tot openbaarmaking van tonnages in document 0001, omdat deze informatie al eerder onherroepelijk openbaar was gemaakt en derhalve niet onder het Woo-verzoek valt. Voor het overige blijven de besluiten in stand. Ook het beroep van eiser is gegrond voor zover het gaat om dezelfde informatie in document 0001. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de weigering van openbaarmaking van een zin in documenten 0008 en 0021 terecht is gebaseerd op artikel 5.2 Woo als persoonlijke beleidsopvatting.
De rechtbank gelast vergoeding van griffierechten en proceskosten aan GGG en eiser. De uitspraak is gedaan door rechter Cornelissen en griffier Bijleveld.