ECLI:NL:RBOVE:2025:5405
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van onbevoegdverklaring bestuursrechter inzake klachtbehandeling Universiteit Twente
De zaak betreft het verzet van een opposant tegen de uitspraak van de rechtbank van 28 januari 2025, waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van het beroep tegen het besluit van het college van bestuur van de Universiteit Twente. Dit besluit betrof het niet-ontvankelijk verklaren van een klacht wegens schending van de geheimhoudingsplicht.
De rechtbank heeft het verzet behandeld en geoordeeld dat het verzet ongegrond is. De rechtbank bevestigt dat op grond van artikel 9:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen een besluit over de behandeling van een klacht geen beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. Hoewel de opposant stelde dat dit artikel in strijd is met hogere regelgeving zoals het EVRM en het BUPO, oordeelt de rechtbank dat de civiele rechter als rest-rechter wel bevoegd is om een inhoudelijk oordeel te geven.
De rechtbank ziet geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen en benadrukt dat het niet relevant is of het besluit een besluit in de zin van de Awb is, of dat de opposant belanghebbende is. Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van de rechtbank wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.