ECLI:NL:RBOVE:2025:5452
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering handhavend op te treden wegens strijd met bestemmingsplan
Eiser verzocht het college om handhavend op te treden tegen de bedrijfsactiviteiten van derde belanghebbende wegens strijd met het bestemmingsplan. Het college wees dit verzoek af omdat handhaving onevenredig zou zijn gezien het zicht op legalisatie via een lopende omgevingsvergunningprocedure.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat handhaving onevenredig is, mede vanwege de economische belangen en het feit dat de aanvraag voor legalisatie in behandeling is. De stelling van eiser dat er geen concreet zicht op legalisatie is, wordt verworpen omdat het college handhaving niet baseert op concreet zicht maar op een belangenafweging.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep niet is overschreden, mede door de samenhang met andere procedures die gelijktijdig zijn behandeld. Het verzoek van eiser om immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het handhavingsbesluit blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot handhaving wordt ongegrond verklaard wegens onevenredigheid van handhaving.