Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 2:in de periode van 19 oktober 2020 tot en met 24 december 2024 opzettelijk
3. De voorvragen
Sprengstoffgesetzis in § 7 lid 1 (onder meer) bepaald dat iedereen die commercieel, zelfstandig, in het kader van een handelsonderneming of bij arbeidsinzet van werknemers met explosieve stoffen wil werken of vervoeren een vergunning (
Erlaubnis) nodig heeft.
explosionsgefährliche Stoffen). Daarbij gaat het onder meer om opslaan, verspreiden, gebruiken evenals het vervoeren overbrengen en in ontvangst nemen van zulke stoffen.
Sprengstoffgesetzin Duitsland een straf is gesteld, namelijk een gevangenisstraf. Ook aan het tweede vereiste is daarmee voldaan. Hoewel het in Duitsland onder omstandigheden niet strafbaar is om vuurwerk van categorie F1, F2 en F3 op te slaan, te vervoeren en te gebruiken, geldt dit niet voor vuurwerk van categorie F4 en hoeft – zoals eerder in het beoordelingskader uiteen is gezet – in deze strafzaak niet te worden onderzocht of alle in de tenlastelegging opgenomen merken of typen vuurwerk in het buitenland verboden zijn.
Erlaubnis) beschikte en geen opleidingen hiervoor heeft afgerond. [2]
Sprengstoffgesetzin de kern hetzelfde rechtsgoed beschermen, namelijk: de bescherming van mens en milieu.
Er bleek tijdens de doorzoeking van het bunkercomplex in bunker nr. [nummer 1] en [nummer 2] , welke bunkers door verdachte werden gehuurd, grote hoeveelheden vuurwerk opgeslagen te liggen. [4]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
160 (honderdzestig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
80 (tachtig) dagen;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
80 (tachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
40 (veertig) dagen.