Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [vestigingsplaats], eiser, (hierna: [eiser]),
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een beroep van een eenmanszaak tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de verleende subsidie op grond van de Subsidieregeling Coronabanen in de Zorg op nihil te stellen en het voorschot van €67.833,99 terug te vorderen. De minister baseerde dit op het ontbreken van bewijs dat de gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk waren uitgevoerd, mede gelet op rapporten van de Nederlandse Arbeidsinspectie waaruit bleek dat de detacheringsbureaus geen personeel in dienst hadden.
De rechtbank oordeelt dat de minister binnen zijn discretionaire bevoegdheid heeft gehandeld en dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat de coronabanen zijn ingezet. De door eiser overgelegde documenten waren onvoldoende concreet om aan te tonen welke personen daadwerkelijk te werk zijn gesteld. Ook de stelling dat achteraf nadere eisen zijn gesteld, wordt verworpen omdat de subsidievoorwaarden onveranderd zijn gebleven.
Hoewel de minister aanvankelijk naliet een belangenafweging te maken, is deze alsnog in het verweerschrift gegeven en door de rechtbank geaccepteerd. De minister mocht de subsidie op nihil stellen en het teveel betaalde bedrag terugvorderen. De rechtbank wijst het beroep af, maar kent eiser een schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van de subsidie door de minister.