ECLI:NL:RBOVE:2025:5748
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Subsidievaststelling en terugvordering Coronabanen in de Zorg wegens niet verrichte activiteiten
CZorg Oost heeft een subsidie ontvangen voor vijf coronabanen in de zorg, toegekend door de minister van Volksgezondheid. Na een steekproef en nader onderzoek concludeerde de minister dat de subsidiabele activiteiten niet waren verricht, omdat het detacheringsbureau geen personeel in dienst had en CZorg Oost onvoldoende bewijs leverde van daadwerkelijke inzet van werknemers.
De minister stelde de subsidie daarom op nihil vast en vorderde het volledige bedrag van €123.903,59 terug. CZorg Oost betwistte dit besluit en voerde onder meer aan dat de steekproef onrechtmatig was en dat zij de activiteiten wel had verricht via het detacheringsbureau. De rechtbank oordeelde dat de minister bevoegd was de steekproef uit te voeren en dat CZorg Oost niet voldeed aan de bewijsverplichting om aan te tonen dat de coronabanen daadwerkelijk waren ingevuld.
Verder werd geoordeeld dat de minister de lagere vaststelling en terugvordering terecht toepaste, ook los van het lopende strafrechtelijk onderzoek. De hoorplicht was niet geschonden, en het beroep op het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule faalde. De opname van CZorg Oost in het Misbruik en Oneigenlijk gebruik-register is een feitelijke handeling waartegen geen bezwaar openstaat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de minister. CZorg Oost kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De subsidie werd op nihil vastgesteld en het bedrag van €123.903,59 werd teruggevorderd omdat CZorg Oost niet kon aantonen dat de gesubsidieerde activiteiten waren verricht.